
Op de Europese campingkaart valt Nederland direct op. Niet omdat we het grootste aantal campings hebben – dat is Frankrijk – maar omdat ze hier het dichtst op elkaar liggen. In geen enkel ander land vind je zoveel kampeerlocaties per vierkante kilometer. Logisch, in een klein en dichtbevolkt landje zijn er nu eenmaal relatief veel recreanten, en daar past het aanbod zich ook op aan.
Voor camperaars is die hoge dichtheid aan campings op het eerste gezicht goed nieuws. Ook al overnachten zij vaak op camperplaatsen, het grote aantal campings met doorgaans goede camperfaciliteiten geeft hen de nodige extra speelruimte. Tegelijk is het ook zo dat de infrastructuur vanwege de groeiende hoeveelheid camperaars piept en kraakt.
In verhouding vijf keer zoveel campings als in Frankrijk
Volgens een analyse van de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen telt Nederland circa 3.000 campings. Dat is al veel, maar vooral de dichtheid is uitzonderlijk: ruim 600 campings per 10.000 vierkante kilometer. Ter vergelijking: in Frankrijk zijn dat er vijf keer minder, in het Verenigd Koninkrijk drie keer minder.

Wat betekent dat voor camperplekken?
Voor camperaars betekent die hoge campingdichtheid vooral keus – althans op campings, want alleen die zijn op de kaart meegenomen. Op veel van deze terreinen zijn campers welkom: op reguliere plaatsen, op aparte velden of – soms – op speciaal ingerichte campergedeelten. Daarnaast is er het groeiende netwerk van camperplaatsen buiten campings, bij dorpen, jachthavens of horeca. Die staan niet op de kaart, maar maken het aanbod in de praktijk wel completer. Wel groeit ook daar de bezettingsgraad hard, door het stijgende aantal campers op de weg.
Meer aanbod, maar niet altijd plek
Toch is het niet alleen rozengeur. Ook campings zitten in het hoogseizoen vaak vol. Spontaan arriveren lukt lang niet overal meer. Steeds meer terreinen werken met reserveringssystemen of tijdsloten. Vooral in populaire regio’s als de Veluwe of Zuid-Limburg kan het zoeken zijn naar een vrije plek.
De prijs-kwaliteitverhouding blijft daarbij wel positief. Volgens ACSI kost een campingovernachting gemiddeld € 54,13 (voor een gezin in het hoogseizoen). Camperaars reizen meestal met z’n tweeën en zijn goedkoper uit. Bovendien profiteren zij volop van de Nederlandse standaard: privé-sanitair, elektriciteit, schone voorzieningen, wifi en specifieke campervoorzieningen zijn inmiddels breed beschikbaar.

Gemeenten sturen bij
Veel gemeenten grijpen in. Natuurlijk creëren zij zo mogelijk nieuwe camperplaatsen, of breiden die uit. In populaire gebieden komen soms zelfs tijdelijke extra plekken, bijvoorbeeld tijdens vakanties of evenementen. Tegelijk worden in kwetsbare natuurzones of dorpsranden juist beperkingen opgelegd, zoals in Elburg, waar borden ‘overnachten verboden’ inmiddels vaste prik zijn. De vraag naar duidelijk beleid neemt toe. Want in een land waar landbouw, recreatie en woningbouw steeds vaker botsen, is ruimte niet onbeperkt.
Nederland als testland voor innovatie
Toch heeft die dichtheid ook voordelen. Juist omdat de druk hoog is, komen knelpunten snel bovendrijven. Nieuwe ideeën kun je hier goed toetsen: van full-service camperresorts tot energiezuinige camperlocaties met zonnepanelen en opvang van grijswater. En dat is nodig ook.
Want hoe compleet het netwerk ook lijkt, het aantal camperplaatsen groeit nog steeds minder snel dan het aantal campers. Dat drukt op de flexibiliteit. Wie onbezorgd wil blijven reizen, zal vaker vooruit moeten plannen – zelfs in een land waar je nooit ver van de volgende plek bent.
Bron: Camp to Go