>

Meer campinggasten op Nederlandse campings in 2025

Nederlandse campings hebben in 2025 ruim 5,6 miljoen gasten ontvangen. Dat is 8,6 procent meer dan een jaar eerder. Op papier is dat vooral een sterk groeicijfer, maar voor de markt is een andere uitkomst minstens zo relevant. Het aantal overnachtingen liep namelijk veel minder hard op en kwam uit op 26,8 miljoen, een plus van 2,3 procent.

Daarmee laat 2025 niet alleen zien dat kamperen populair blijft, maar ook dat het gebruik verandert. De vraag verschuift verder van een korte, zware zomerpiek naar een seizoen dat eerder begint en later eindigt. Voor campings, maar ook voor de caravan- en camperbranche, zegt dat meer dan het recordaantal gasten alleen.

Niet alleen meer kampeerders, ook een ander ritme

Het verschil tussen het aantal gasten en het aantal overnachtingen springt meteen in het oog. Er kwamen meer mensen naar de camping, maar de totale groei in nachten bleef daarbij duidelijk achter. Dat wijst erop dat kampeerders vaker op pad gaan, terwijl de gemiddelde verblijfsduur minder hard meegroeit.

Die ontwikkeling is voor de sector van belang, omdat zij iets zegt over het ritme van de markt. Een seizoen met meer aankomsten en meer gespreide boekingen ziet er anders uit dan een seizoen dat bijna volledig draait op lange zomervakanties. De bezetting wordt breder uitgesmeerd, terwijl de piekdruk per definitie minder allesbepalend wordt.

Voorseizoen wint duidelijk terrein

De sterkste aanwijzing daarvoor zit in het voorjaar. In april, mei en juni kwamen ruim 15 procent meer gasten naar Nederlandse campings dan in dezelfde periode een jaar eerder. Het aantal overnachtingen steeg in die maanden met 6 procent.

Juist dat verschil maakt het voorjaar interessant. De groei komt niet alleen uit een paar extra drukke weken, maar uit meer gebruiksmomenten. Voor veel bedrijven is dat gunstig. Een vroeg op gang komend seizoen zorgt voor langere inzet van personeel en voorzieningen, en vermindert de afhankelijkheid van juli en augustus.

Ook voor de bredere kampeermarkt is dat een relevant signaal. Zodra vraag zich sterker in het voorjaar ontwikkelt, verandert ook het karakter van de reis. Kortere verblijven, meerdere trips per jaar en bestemmingen dichter bij huis passen beter in zo’n patroon dan één lange zomervakantie.

Ook het slot van het jaar valt op

Niet alleen de lente viel op. In de laatste drie maanden van 2025 steeg het aantal kampeerders met 9 procent, terwijl het aantal overnachtingen in die periode zelfs met 23 procent toenam. Daarmee laat ook het najaar, en deels de vroege winter, zien dat campings buiten het klassieke hoogseizoen terrein winnen.

Voor ondernemers is dat misschien wel de belangrijkste beweging in de cijfers. Een markt die ook aan het eind van het jaar groeit, vraagt om een andere inrichting van het seizoen. Campings die langer open zijn of beter aansluiten op gebruik in koelere maanden krijgen daardoor een sterkere positie dan in een model dat vrijwel volledig op zomervakanties leunt.

Dat betekent niet dat het traditionele hoogseizoen zijn belang verliest. Wel wordt het aandeel van de seizoenranden groter. En juist daar zit voor veel bedrijven de extra ruimte, omdat omzet en bezetting over meer maanden verdeeld kunnen worden.

Voor seizoen 2026 ligt er vooral een verwachting

De positieve stemming voor 2026 moet intussen wel met enige nuchterheid worden gelezen. De vooruitblik komt uit een intentieonderzoek onder ruim 8.500 Nederlandse kampeerders. Daaruit blijkt dat gezinnen van plan zijn gemiddeld drie keer te gaan kamperen en samen 39 dagen weg te zijn. Een jaar eerder lag dat op bijna 2,5 keer en ruim 28 dagen.

Dat is zonder meer een stevig signaal, maar dat zijn nog geen concrete boekingen. Tussen vakantieplannen en feitelijke bezetting zit altijd ruimte. Weer, prijsontwikkeling, beschikbare plaatsen en het gedrag van consumenten in de loop van het jaar bepalen uiteindelijk of die groei ook echt in de statistiek terugkomt.

Daar komt bij dat de precieze methodiek van het onderzoek in de open informatie slechts beperkt wordt toegelicht. Als graadmeter voor sentiment en reisbereidheid is het bruikbaar. Als voorspelling van het uiteindelijke seizoen vraagt dat om enige terughoudendheid.

De voertuigmarkt blijft op hoog niveau

De groei van het kamperen is bovendien niet alleen zichtbaar op de campings zelf. Ook de markt voor caravans en campers laat zien dat het gebruik van recreatievoertuigen structureel hoog blijft. In 2025 werden in Nederland ruim 10.000 nieuwe caravans en campers afgeleverd.

Eind 2025 kwam het totale wagenpark uit op 634.660 caravans en campers. In de eerste maanden van 2026 wordt al gesproken over een groei tot ongeveer 637.000. Dat bevestigt het beeld van een markt die nog steeds breder is dan voor de sterke opleving van de afgelopen jaren.

Opvallend is ook dat niet alleen de nieuwmarkt beweegt. De gebruikte markt begon 2026 sterker dan een jaar eerder. Daarmee blijft kamperen niet beperkt tot kopers van nieuwe voertuigen, maar wordt de vraag ook gedragen door bezitters en overstappers in het bestaande park.

De markt schuift op naar een langer seizoen

De voorlopige cijfers over 2025 laten daarom vooral zien dat de kampeermarkt zich verder verbreedt. Het nieuws zit niet alleen in de plus van 8,6 procent meer gasten, maar in de manier waarop die groei tot stand komt. Campings profiteren nadrukkelijker van het voor- en naseizoen, terwijl de zomer minder exclusief het zwaartepunt vormt.

Voor 2026 ligt er daardoor een gunstig vertrekpunt, maar om nu al te zeggen dat er daadwerkelijk zicht op een record is, is wellicht te optimistisch. De signalen wijzen op meer kampeerbewegingen, meer spreiding en een blijvende voorkeur voor bestemmingen relatief dicht bij huis. De markt groeit daarmee niet alleen in omvang, maar ook in lengte van het seizoen.