
Nederlandse kampeerterreinen registreerden van januari tot en met mei 2026 samen 6,596 miljoen overnachtingen. Dat is 22,5 procent meer dan in dezelfde periode van 2025. Ook het aantal gasten nam toe: volgens ACSI, dat zich baseert op voorlopige cijfers uit CBS StatLine, verbleven in die vijf maanden 1,656 miljoen gasten op Nederlandse kampeerterreinen.
Dat waren er 18,3 procent meer dan een jaar eerder. Voor camperaars zijn die cijfers ook relevant, omdat een deel van hen op campings overnacht. Hoe groot dat deel is, blijkt er niet uit. Het CBS maakt binnen deze cijfers geen onderscheid tussen campers, caravans, tenten, vouwwagens en verhuuraccommodaties.
Ook camperplaatsen op campings worden niet apart vermeld. Het enige wat we weten, is dat het aantal campers in Nederland nog steeds groeit en dat juist camperaars er ook vaak buiten het seizoen op uit trekken.
Overnachtingen groeien harder dan het aantal gasten
Het aantal overnachtingen groeide sterker dan het aantal geregistreerde gasten. Gemiddeld werden er per gast dus meer nachten geboekt dan een jaar eerder.
Van alle gasten kwamen er 1,051 miljoen uit Nederland. Dat is 20,1 procent meer dan in januari tot en met mei 2025. Het aantal buitenlandse gasten steeg met 14,9 procent tot 603.000.
Bij de overnachtingen is het verschil groter. Nederlandse gasten boekten samen 4,361 miljoen nachten, 26,9 procent meer dan een jaar eerder. Buitenlandse gasten waren goed voor 2,235 miljoen overnachtingen, een stijging van 14,9 procent.
De sterkste groei kwam daarmee van gasten uit eigen land. Welk aandeel camperreizigers daarin hadden, blijft onbekend.
Kampeerterreinen januari tot en met mei 2026
- 1,656 miljoen gasten, +18,3%
- 6,596 miljoen overnachtingen, +22,5%
- 1,051 miljoen Nederlandse gasten, +20,1%
- 4,361 miljoen Nederlandse overnachtingen, +26,9%
- 603.000 buitenlandse gasten, +14,9%
- Mei alleen: 3,921 miljoen overnachtingen
In mei veruit de meeste overnachtingen
Mei was binnen de onderzochte periode met afstand de drukste maand. Nederlandse kampeerterreinen ontvingen toen 952.000 gasten, die samen 3,921 miljoen overnachtingen boekten. Bijna zestig procent van alle overnachtingen uit de eerste vijf maanden viel daarmee in mei.
De sterke meimaand viel samen met warm weer en de feestdagen Hemelvaart en Pinksteren. Die boden ruimte voor lange weekenden en korte kampeertrips. Uit de cijfers valt niet af te leiden hoeveel het weer en de kalender aan de groei hebben bijgedragen.
Volgens ACSI-directeur Ramon van Reine zijn campings “niet langer alleen maar van juli en augustus afhankelijk”. Hij ziet dat zonnige perioden en feestdagen het voorjaar belangrijker maken voor campinghouders. De cijfers laten in elk geval zien dat er ruim voor de zomervakantie al veel overnachtingen werden geboekt.
Aantallen in januari bescheiden, maar tellen ook mee
Januari telde 50.000 gasten en 215.000 overnachtingen. Vergeleken met mei zijn dat bescheiden aantallen, maar ook midden in de winter werden verblijven op kampeerterreinen geregistreerd.
Daaruit valt niet af te leiden dat winterkamperen hard of structureel groeit. De aantallen laten vooral het verschil zien tussen het begin van het jaar en de voorjaarsmaanden: 215.000 overnachtingen in januari tegenover 3,921 miljoen in mei.
Over heel 2025 registreerde het CBS bijna 5,6 miljoen campinggasten en ongeveer 26 miljoen overnachtingen op Nederlandse kampeerterreinen.
De cijfers over 2026 zijn voorlopig en geven alleen totalen voor kampeerterreinen. Hoeveel gasten met een camper kwamen, hoeveel nachten zij boekten en hoe druk afzonderlijke camperplaatsen waren, is daarin niet terug te zien.